Terug tot Kathy Melsen

Tim Krabbé over een opnieuw beleefde jeugdliefde

Een autobiografische roman van Tim Krabbé is net zoiets als een sciencefictionverhaal van A.F.Th. of een western van Harry Mulisch. Tenminste, dat zou je kunnen denken na het lezen van Krabbés laatste drie romans. De grot (1997) en Vertraging (1994) waren perfect gecomponeerde en gestileerde verhalen die vooral opvielen door de filmische plots. Het gouden ei, dat dankzij de verfilming door George Sluizer (1988) zelfs bij literatuurliefhebbers bekend staat als Spoorloos, was zelfs een fantastische vertelling in de traditie van Edgar Allan Poe en F. Bordewijk. Je zou bijna vergeten dat Krabbé ook de schrijver is van de puur autobiografische novelle De renner (1978), over een gedenkwaardige wedstrijd die hij reed als wielercoureur.

In zijn nieuwe roman is Tim Krabbé er voor het eerst sinds een kwart eeuw niet voor teruggeschrokken om de verschillen tussen schrijver en hoofdpersoon op te heffen. De hoofdpersoon van Kathy's dochter heet Tim Krabbé, is 56 (in 1999), schrijft boeken en filmscripts voor zijn beroep, en houdt van sport en schaken. Ook zijn biografie, die zich gaandeweg het verhaal deels ontvouwt, verschilt in niets van die van zijn schepper. De Tim uit het boek lijkt dus de Krabbé die we kennen uit de werkelijkheid. Namen van andere personages zijn, zo laat de auteur doorschemeren, om privacy-redenen veranderd; maar het verhaal, hoe onwaarschijnlijk klinkend ook, is Echt Gebeurd.

Kathy's dochter is het verhaal van een gefnuikte jeugdliefde, een groteske variant op Vestdijks Terug tot Ina Damman. De roman begint overrompelend, met een op '1 oktober 1962' gedateerde proloog over de eerste momenten na het uitgaan van een relatie. Twee bladzijden verder zijn we op 4 november 1999 en krijgt 'meneer Krabbé' een e-mail met het bericht van de dood van Tineke Melsen, met wie hij kort en hevig verkering had toen ze zich nog Kathy noemde, en die hij daarna nooit meer heeft gezien. De afzender is Kathy's dochter Laura, die Krabbé vraagt of hij haar kan vertellen over het verleden van haar moeder; Kathy heeft haar ooit toevertrouwd dat haar ex-geliefde 'een stukje' over hun relatie heeft geschreven.

Flirten

Laura's e-mail zet Tims leven op zijn kop; hij kan aan niets anders meer denken dan aan zijn altijd betreurde beslissing om de ideale relatie die hij met Kathy had te verbreken, 'zomaar, om niets, omdat het niet steeds even mooi kon zijn als op het mooiste moment, een moord en een zelfmoord tegelijk.' Terwijl hij voor Laura (28) het nooit gepubliceerde manuscript over zijn jeugdliefde tot een e-mailfeuilleton bewerkt, neemt de correspondentie steeds intiemere vormen aan. Het flirten per computer loopt uit in een ontmoeting; en hoewel Laura, die zo op haar moeder lijkt, nog een gebonden vrouw is, blijkt het liefde op het eerste gezicht. Wederzijds nog wel.

Kathy's dochter wordt gepresenteerd als non-fictie. Dat vergt nogal wat suspension of disbelief van de lezer, die zich niet alleen herinnert dat Vertraging en De grot allebei over verreikende jeugdliefdes gaan, maar ook dat het overkoepelende thema van Krabbés romans valt samen te vatten als 'echte liefde bestaat alleen in de dood'. Krabbé is zich van die overeenkomsten bewust: op bladzijde 226 van Kathy's dochter becommentarieert hij het toeval van de 'hereniging na de dood' die hij met Kathy/Laura beleeft. Hij maakt aannemelijk dat het juist de traumatische scheiding in 1962 is geweest die zijn latere romans heeft overschaduwd en bepaald. Zonder Tim en Kathy geen Rex en Saskia, geen Jacques en Moniek, geen Egon en Marjoke.

Ook de liefde van Tim en Laura is gedoemd - het leeftijdsverschil is te groot en Laura wil het haar vader niet aandoen om thuis te komen met de ex van zijn overleden vrouw. Het op een na laatste gedeelte van Kathy's dochter staat dan ook, in de woorden van Tim, 'in het teken van ons uit elkaar gaan.' En als de bijl eenmaal gevallen is, neemt de schrijver zijn toevlucht tot een laatste, schrale troost: hij herschrijft het verhaal van zijn 'liefde in 1962' en geeft het een happy ending. Het is een tournure die filmliefhebbers kennen uit Woody Allens Annie Hall, een bitterzoete relatiekomedie waaraan Kathy's dochter in sfeer en onderwerp erg doet denken. Zoals liefde sterker is dan dood, is de kunst sterker dan de werkelijkheid. Krabbé is, zoals Laura hem aan het begin van hun relatie heeft geschreven, 'de baas van het verhaal'.

Spelletjes

Het slot van Kathy's dochter is overigens een mooie reflectie van het begin, dat bij tweede lezing zowel kan slaan op de scheiding van Kathy in 1962 als op die van Laura in 2000. Krabbé houdt van geraffineerde spelletjes, hij verloochent zijn schakersverleden niet, en hij slaat zijn lezers af en toe uit het veld. Zo is deel III van de roman, een lange flashback naar de liefde van de 19-jarige Tim en de 20-jarige Kathy, anders van stijl dan de rest van het boek. Ik moet bekennen dat ik me al behoorlijk ergerde aan de naïeve schrijftrant en de overstuurde puberromantiek in dat hoofdstuk, toen ik besefte dat die door Krabbé zo bedoeld was, of misschien veertig jaar geleden zo geschreven. Wat niet wegneemt dat de flashback het minst spannende gedeelte van de roman blijft, al was het maar omdat je de samenvatting ervan al in het voorafgaande opgediend hebt gekregen.

Kathy's dochter komt over als een eerlijk boek, een egodocument met Geheim dagboek-achtige kwaliteiten. Op een humoristisch-aandoenlijke manier, die herinnert aan de ik-verhalen van Kees van Kooten, geeft Krabbé een onbarmhartig beeld van zichzelf: een snob en een nietsontziende romanticus op zijn negentiende, een met zichzelf ingenomen versierder-op-leeftijd op zijn zesenvijftigste. Het is duidelijk dat hij nog steeds niet kan verkroppen dat Laura hem voor een jongere minnaar heeft ingeruild, bij hoeveel noodlotsfantasieën ('dit moest wel mislopen, want...') hij ook steun zoekt. Achter de uitgebreid beschreven neukscènes waarmee Tim zijn viriliteit bewijst en boekstaaft, gaat meer dan een hint van de angst voor het verval schuil.

Via een omweg is Kathy's dochter een boek over sterfelijkheid, zoals het aan de oppervlakte een roman over gemiste kansen lijkt. Maar Krabbé schreef in de eerste plaats het verslag van een amour littéralement fou. Op het hoogtepunt van zijn relatie met Laura fantaseert hij tijdens een verblijf in zijn eentje in Milaan dat de mensen op straat hun kinderen over hem en Laura vertellen. 'Oh, dat is zo'n mooi verhaal, misschien wel het mooiste liefdesverhaal dat ooit echt is gebeurd,' laat hij een nietsvermoedende Italiaanse moeder zeggen. Natuurlijk is die opmerking overdreven, zoals wel meer in dit door de naweeën van tomeloze verliefdheid geregeerde boek. Tim en Laura zijn geen Tristan en Isolde, Tim en Kathy geen Orfeus en Eurydike. Maar het verhaal van Krabbé en zijn dubbelliefde is verrassend ongewoon en intens op het ontroerende af. De aanstaande Boekenweek, die in het teken staat van liefde, kan zich geen betere opmaat wensen.

Pieter Steinz