uitleg: in dit onderste venstertje worden de literaire termen uitgelegd. Daarbij maak ik gebruik van het Lexicon van literaire termen, de handleiding van het Prisma Uittrekselboek en het artikel Theorie Proza-analyse.
flat character: geen 'levende' figuur, meer een type met één of meer vaste karaktertrekken, zonder psychologische ontwikkeling.
perspectiefwisseling: bij een personale vertelsituatie wordt eerst een scene door de ogen van personage A bekeken, vervolgens een andere scene vanuit personage B. Werkt spanningsverhogen en inzichtelijk in iemands handelen.
symbool: aan een voorwerp, figuur of gebaar wordt betekenis toegekend. Bijvoorbeeld: overstekende zwarte kat als symbool voor de dood.
spiegeling: klein verhaal binnen het grote (omringende) verhaal. Het kleine verhaal heeft een voorspellende en/of verklarende functie.
cyclisch tijdsverloop: als de tijd in een roman rond loopt. Uiteindelijk belandt de lezer weer bij het uitgangspunt.
round character: een 'levende' figuur met wisselende en meerdere karaktertrekken; dynamisch en met psychologische ontwikkeling.
personages: figuren die aan de handelingen deelnemen die in het verhaal of boek worden beschreven. Deze personages vertonen in meer of mindere mate overeenkomst met personen uit onze werkelijkheid, met mensen 'van vlees en bloed'.
flash back: verteltechniek die het chronologische verloop van een verhaal doorbreekt door het inlassen van stukjes verleden. Omdat deze techniek de mogelijkheid schept de voorgeschiedenis van een gebeuren geleidelijk te verklaren, introduceert hij spanning.
flash forward: Verteltechniek die het chronologische verloop van een verhaal doorbreekt doordat het verwijzingen naar de toekomst inlast. De functie van deze techniek is de spanning te verhogen.
point of view: het gezichtspunt van waaruit de verteller (is niet de auteur!) de personages, gebeurtenissen en handelingen presenteert die samen de verhaalwereld vormen.
auctoriële vertelsituatie: het gezichtspunt van een alleswetende, boven het verhaal staande verteller. Hij is geen personage in het verhaal.
personele vertelsituatie: het gezichtspunt van een vertelinstantie die vanuit één of meerdere personages vertelt.
motto: spreuk of korte tekst die voorin een roman wordt geplaatst, vaak een citaat uit bekende werken zoals de Bijbel of de Klassieken. Een motto kan een wegwijzerfunctie vervullen bij het interpreteren van de tekst.
boekbeschrijving: een beschrijving van het stoffelijke boek: omslag, foto's, aantal pagina's en hoofdstukken, motto. Verder geef ik hier een complete, officiële titelbeschrijving voor een professionele bibliografie.
tijdsverloop: De wijze waarop de schrijver de tijd in zijn verhaal naar zijn hand zet: versnellen, vertragen, vooruitblikken.
verteltijd: de tijd die nodig is om (een gedeelte van) een verhaal te vertellen, te lezen of voor te dragen.
vertelde tijd: De tijd die verstrijkt binnen (een gedeeklte van) een verhaal. Dit is de tijd binnen een verhaal.
tijdsdekking: de verteltijd is gelijk aan de vertelde tijd. Dit doet zich vaak voor bij een dialoog.
tijdsversnelling: de verteltijd is korter dan de verteklde tijd. De auteur vertelt bijvoorbeeld een week uit het leven van een opersonage in enkele zinnen.
tijdsvertraging: de verteltijd is langer dan de vertelde tijd. Denk aan een scene in slow-motion in een film.
hiaat: er is sprake van een gat in de tijd, omdat het niet interessant is of juist om de spanning erin te houden.
chronologisch vertellen: de vertelde tijd vertoont de normale chronologische volgorde, de tijd van klok en kalender wordt gevolgd.
a-chronologisch vertellen: De wijze waarop de schrijver de tijd in zijn verhaal naar zijn hand zet: versnellen, vertragen, vooruitblikken.
schrijfstijl: de karakteristieke manier waarop iemand zich in taal uitdrukt. Je kunt denken aan woordkeuze, gebruik van beeldspraak, zinsbouw en compositie als gevoelswaarde.
ruimte: de positie waarin de personages van een verhaal zich bevinden en waar de gebeurtenissen plaatshebben.
thema: de kortste aanduiding van datgene waar het boek over gaat. Op abstract niveau hebben we het dan over de diepere betekenis.