HOME

Bibliografie


Kinder- en jeugdboeken

Er ging geen dag voorbij (1984)
Toen niemand iets te doen had (1987)
Langzaam, zo snel als zij konden (1989)
Het feest op de maan (1990)
Juffrouw Kachel (1991)
Misschien waren zij nergens (1991)
Bijna iedereen kon omvallen (1993)
Jannes (1993)
Mijn vader (1994)
De verjaardag van de eekhoorn (1995)
Misschien wisten zij alles (met cd, 1995)
Brieven aan niemand anders (1996)
De ontdekking van de honing (1996)
Teunis (1996)
Dokter Deter (1997)
De verjaardag van alle anderen (1998)
Mijn avonturen door V. Swchwrm (1998)
De genezing van de krekel (1999)
Ze sliepen nog (2000)

Gedichten

De zin van een liguster (1980)
De aanzet tot een web (1981)
Beroemde scherven (1982)
De andere ridders (1984)
Ik en ik (1985)
Mijn winter (1987)
In N. en andere gedichten
Een langzame val (1991)
Een dansschool (1992)
Tijger onder de slakken (1994)
Als we vlammen waren (1996)
Over liefde en niets anders (1997)
Er ligt een appel op een schaal (1999)
Gedichten 1977 - 1999 (2000)

Proza voor volwassenen

Irmengarde's zondeval (uitgerverij Toorts)
Twee oude vrouwtjes (1994)
Dora, een liefdesgeschiedenis (1998)
De trein van Pavlovsk en Oostvoorne (2000)

Toneel

Jimmy Walker (1966)
Als moeder ergens ziek van wordt (1968)

Het eerste jeugdboek van Tellegen, dat hij schreef omdat hij wat afleiding nodig had bij het 'echte werk': het schrijven van gedichten. Het schrijven van gedichten hield hij niet langer dan twee uur per dag vol en dan moet je iets. Gelukkig maar.

Het is te merken dat Er ging geen dag voorbij Tellegens eerste jeugdboek is. Hij is nog zoekende naar de karakters van de dieren, het aantal dieren en de manier waarop ze met elkaar omgaan. Ik vind het daardoor niet het sterkste boek, maar het is wel interessant om te lezen (en ook weer geen straf).

Sommige verhalen zijn wel al helemaal 'des Tellegens', zoals in een verhaal waarin de eekhoorn erachter komt dat hij niet verder kan tellen dan vijf en zich enorm inspant om tot tien te komen. Hij vertelt heel trots aan de mier dat hij inmiddels tot zeven kan komen, maar de mier is niet onder de indruk.

'Wat is zeven?', vroeg hij. De eekhoorn wist het niet. 'Als je niet eens weet wat zeven is, wat heb je er dan aan om daarheen te tellen? Als ik niet weet wat een suikerpluim is dan ga ik er toch ook niet op af, en zeker niet een maand lang?' (p.62)