
Een donkere kolibri (10 cm lang) met zwarte borst en de rest
groenbruin gekleurd, met een naar beneden gekromde snavel, zoals
het mannetje op de eertse foto (gemaakt door J.S. Dunning). De
tweede foto is van een vrouwtje op haar nest, met wit op de borst
tussen het groen en het zwart (gemaakt door Foek Chin Joe ook in
Suriname, net als de foto van een broedende Mango beneden de
tekst). Je vindt ze vooral in tuinen waar veel bloemen bloeien,
net als alle kolibris, maar deze soort vooral als er hoge bomen
bloemen hebben. Ze komen voor in het hele bewoonde kustgebied en
in de savannes. Ze maken hun nest op een tak hoog in een boom.
Alle kolibris zijn goede vliegers, ze kunnen achteruit en opzij
vliegen. Dat vliegen kost ze veel energie en dus moeten ze veel
bloemen bezoeken om aan hun energiebehoefte te voldoen. Om
energie te sparen zitten ze dan ook nog driekwart van de dag stil
op een tak. Het is gewoon voor een kolibrie om drie maal zijn
gewicht per dag aan (zoet) voedsel in te nemen. Als kinderen dat
zouden doen, moeten ze wel 200 grote zakken snoep per dag eten.
Dat lukt nooit zonder misselijk te worden.
Penard beschrijft dat toelala (een stof om meisjes te betoveren
of te bekoren) aan het begin van deze eeuw gemaakt wordt van
gebarbakotte koppen of hartjes van kolibries. Die worden dan
fijngestampt en met lavendelwater in een flesje in de grond
begraven. Er was in die tijd veel vraag naar, vooral onder
schooljongens.


Elk klein vierkant stelt minstens één waargenomen vogel voor of een groep, grotere vierkanten minstens vier verschillende dagen met waarnemingen en de grootste vierkanten minstens 10. De kleur geeft aan: blauw voor de kustvlakte, geel voor savanne en rood voor het oerwoud.
| Verspreiding in Suriname (zie uitleg) | |
| Kustgebied | |
| Savannegordel | |
| Bosgebied | |
| Bergbossen | |
| Sipalawini | |
Namen in
Engels: Black-throated Mango
Nederlands: Zwartkeelmango
Wetenschappelijke naam: Anthrocothorax nigricollis
Meer foto's van Surinaamse kolibries
*