Supervisiemethode

Inzicht

 Supervisie is gerichte aandacht van de supervisor voor de supervisant. Deze methode levert inzicht en mogelijkheden tot gedragsaanpassing.

 Methode:

Concretiseren

 Dat betekent: Vraag uitgebeid naar de feitelijke situatie.

Waar was je, wat deed je, wie waren er nog meer, op welke plek, hoe zag het lokaal eruit, wie spaken, wie zwegen,....

Deze ondervraging kan niet lang genoeg duren.

Na verloop van tijd komt er 'vanzelf' een vraag boven.

'Ik weet niet hoe ik met etterige jongetjes kan omgaan.'

 

Algemeniseren

 Dat betekent: Heb je op andere plekken soortgelijke ervaringen?

Waar, wie, hoe, wanneer, hoe vaak,....

'Op verjaardagen, in winkels, op het stadskantoor, in de trein, raak ik van slag als mensen mij onbeleefd en onbeschoft benaderen. Ik heb geen manier om met dat type gedrag om te gaan.,

 

'Problematiseren'

Dat betekent: Wil je je vraag nog eens formuleren.

'Ik zoek een manier om me onbeleefd gedrag niet aan te trekken. Heb je tips voor me?' Herformulering verschuift vaak de vraagstelling, een probleem verdwijnt. Filosofen zeggen: 'Er zijn geen oplossingen, want er zijn geen problemen.'

Er zijn gebeurtenissen, situaties en je speelt je spel nu eens zus en dan weer zo.

 

Vraagtechnieken

* Maak (oog)contact, gebruik gebaren, buig naar voren, naar achteren, gebruik lichaamstaal.....

* Herhaal, parafraseer (=varieer op antwoorden), zwijg.....

* Benoem lichaamstaal van de supervisant. Ik zie dat je me niet aankijkt. Ik merk dat je glimlacht als je dat zegt, ik krijg het gevoel dat je je ongemakkelijk voelt, klopt dat?

* Benoem je eigen gevoelens. 'Ik krijg het warm van je antwoord.'

* Controleer je beweringen. Of vergis ik me? Zie ik het goed dat? Klopt het dat? Beweer je dat...?

* Benoem (storende) invloeden. Vervelend, dat ruisen van de verwarming. Irritant die knetterende brommers,...

* Herhaal signaalwoorden.

Signaalwoorden geven richting aan het gesprek en onthullen denkpatronen. Ik noem een paar die ik gebruik. Ik speel ze terug naar de verteller, of ik verbied het gebruik. Met het verbod geef ik grenzen aan en doorbreek ik gedragspatronen.

Niet toegestaan:

* JE, als je IK bedoelt. Door IK te zeggen in plaats van JE is de verteller zelf verantwoordelijk voor wat hij/zij zegt.

'Je denkt wel eens wat een rotjong.' Levert 'IK denk wel eens wat een ROTJONG.'

* EVEN, EVENTJES weglaten, verbieden. 'Ik maak even mijn huiswerk.' EVEN geeft aan dat een onderdeel weinig aandacht krijgt. EVEN wijst op haast en weinig betrokkenheid. Prima, kies dan voor weinig betrokkenheid.

* GEWOON weglaten. 'Dan doe ik gewoon die demonstratieproef. Dan laat ik gewoon een leerling het antwoord geven.' Allerlei zaken zijn ingewikkeld en laten zich niet gewoon uitvoeren. Het woord gewoon versluiert de ingewikkeldheid.

* NATUURLIJK, in de betekenis van GEWOON. (weglaten)

* MOETEN, vervang moeten door WILLEN of door KUNNEN.

* JA, MAAR betekent NEE, zeg dat. 'Je zegt JA, MAAR. Ik heb het gevoel dat je NEE bedoelt, klopt dat?'

*Die etters, die hufters. Oordeel niet over de mens, oordeel over het gedrag. 'Je bent een lieve meid, ik houd niet van jouw uitdagend gedrag, kun je dat bij mij achterwege laten?'

In het verlengde. 'Die zijn zo, die doen zo, dat soort mensen.'

'Wie bedoel je met DIE? Wat voor soorten mensen ken je? Wat voor soort mens ben jij?'

* Ga niet akkoord met algemeenheden. 'Je zegt dat politici onbetrouwbaar zijn. Heb je daar ervaring mee? Ben je zelf betrouwbaar?'

* Haal wat ver weg is dichterbij. 'De pinguïns op de zuidpool worden ziek van onze gifstoffen.' 'Prima dat jij je zorgen maakt over die dieren. Hoe ziet jouw zorg eruit? Wat doet dat met jou?'

* Papegaaigedrag. 'Heb je dat zelf bedacht? Ik krijg het gevoel dat je dat gedrag van een ander kopieert, klopt dat? Laat je je door je medestudenten, collega's meeslepen? Wil je dat zelf echt zo?'

 

Deze supervisiemethode levert inzicht en leidt tot gedragsontdekking. Wat hoort bij je, wat niet? Je ontdekt je eigen aard en raakt met je eigen gedrag vertrouwd.

Dit is theorie. De praktijk leert je hoe je echt denkt en voelt

Handelen gaat boven denken. Zien hoe een ander verkering heeft is verschillend van zelf verkering hebben. Zien hoe een ander een les geeft is verschillend van zelf les geven. Een leerervaring raakt van je zelf door te voelen en te ervaren, niet door te denken.

Kiezen = genieten

 

 

Hoeveel inzicht kan een mens verdragen??

Een handvat bij communicatie

 

JIJ-------------------------- boodschap----------------------IK

 

De boodschap kan een mondelinge mededeling zijn:

Ik wil dat je stil bent.

Graag kauwgom uit je mond.

Kom je bij me?

Ik houd van je.

 

De mondelinge mededeling is een deel van de boodschap. Onder de tafel komen meer mededelingen.

De aard van de mededelingen hangt ook af van:

 

De procedure, de vorm.

 

Aspecten: lokaal, kamer, verwarming, ventilatie, storende geluiden, binnenlopers,

De mededelingen klinken verschillend in een leslokaal, fietsenhok, slaapkamer.

 

Relatie, interactie

Aspecten: confrontatie, vijandigheid, empathie, meegaand, angst, vriendschappelijkheid, vertrouwen, achterdocht, aanhankelijk, meebuigend, veraf, autoritair,

Gevoel

Welk gevoel wekt de mededeling bij je op?

Aspecten: hekel, walging, opwinding, vertrouwen, aantrekking, geilheid, warmte, onverschilligheid, geborgen, veilig,

 

Non Verbaal

Welke niet-talige boodschappen geef je met:

Kauwgom te kauwen, wel/niet oogcontact aan te gaan, je benen te kruisen, pet op, jas dicht, blouse open, praten met eten in je mond, ongekamd haar, vlekken in kleding, knoflookadem, handen in zakken, wijde trui, strakke broek,

 

 

Leerlingen luisteren niet enkel naar wat je zegt. Ze interpreteren ook je gedrag. Dat maakt je beroep boeiend en spannend.

 

Enkele tips:

Je lichaam liegt niet, ontkennen wat je voelt maakt je werk lastiger, erkennen lucht op. Erkennen kan door je gevoel te benoemen.

 

Bijv.:

'Ik krijg het warm van jullie enthousiasme.'

'Door die opmerking raak ik de draad kwijt. Wie helpt me om verder te gaan?'

'Het antwoord op die vraag is me ontschoten. Ik merk dat ik erdoor bloos. Zo eenvoudig, en ik weet het antwoord niet.'

'Ik voel me moe en prikkelbaar. Pas op met wat je doet. Ik geef gemakkelijk straf.'

'Ik voel me lekker en heb veel zin aan de slag te gaan. Doen jullie mee?'

 

Benoem wat je waarneemt en benoem wat je voelt, oefen daarmee buiten school.

 

Raak je van slag door een verbale mededeling, ga dan na welke aspecten onder de tafel je bereiken. Als je die leert benoemen ziet de wereld er vaak anders uit.

 

Bijv.:

'Kom je bij me?'

'Je wilt me meppen!'

'Goed gezien.'

'Nou, daar pas ik voor.'

 

Bijv.

'Ik houd van je.'

'Je wilt met me vrijen.'

'Ja.'

'Zeg dat dan en laat die grote woorden, die ons zo ongelukkig maken, achterwege.'

 

Terug naar de homepage van Gerard Stout